Onlangs is het onderzoek naar biologische bestrijding in paprika afgerond. Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen UR Glastuinbouw en gefinancierd door het Productschap Tuinbouw en Koppert Biological Systems.
Biologische bestrijding van bladluis in paprika is zeer lastig en wordt in de biologische teelt van paprika als het grootste knelpunt gezien. De twee belangrijkste bladluissoorten zijn de perzikluis Myzus persicae en de boterbloemluis Aulacorthum solani. Bladluis is in de gangbare teelt nog een van de laatste plaagorganismen die vooral chemisch wordt bestreden. De wens is om minder afhankelijk te zijn van deze chemische bestrijding, omdat de insecticiden tegen bladluis een risico vormen voor vervuiling van het oppervlaktewater en overschrijding van residu-eisen van supermarktketens.
Perzikluis en boterbloemluis
Biologische bestrijding van bladluis met sluipwespen werd tot nu toe voornamelijk gedaan met de soorten Aphidius colemani en Aphidius ervi, maar het is niet bekend of deze soorten wel de meeste effectieve bestrijders van perzikluis en boterbloemluis in paprika zijn. In dit onderzoek zijn deze twee sluipwespsoorten vergeleken met vier nieuwe soorten, namelijk Aphidius matricariae, Aphidius gifuensis, Ephedrus cerasicola en Praon volucre. De bestrijding van rode perzikluis kon aanzienlijk verbeterd worden met de sluipwesp Aphidius matricariae. Het lijkt erop dat deze wespen actiever zijn in dichte bladluiskolonies. Voor boterbloemluis is deze wesp niet geschikt. Aphidius ervi is en blijft een effectieve sluipwesp voor de bestrijding van boterbloemluis. Voor de bestrijding van zowel boterbloemluis en perzikluis lijkt Aphidius gifuensis interessant.
Gaasvliegen
Naast sluipwespen is in dit project ook gekeken naar nieuwe gaasvliegsoorten. Tot nu toe wordt alleen de groene gaasvlieg Chrysoperla carnae ingezet als larven om bladluishaarden te bestrijden. In dit onderzoek zijn 6 soorten vergeleken, namelijk Chrysoperla affinis (carnea-complex), Chrysoperla lucasina (carnea-complex), Chrysoperla rufilabris, Chrysopa perla, Chrysopa pallens en Micromus variegatus.
Bij de gaasvliegen bleken verschillende soorten zeer effectief bladluis te bestrijden in kooien, vooral soorten waarvan de volwassenen ook bladluis eten. Echter, bij loslatingen in kassen blijken de gaasvliegen zich maar nauwelijks of helemaal niet te vestigen. Voor de bestrijding van bladluishaarden met gaasvlieglarven lijkt de soort Chrysoperla lucasina een goede keuze te zijn.
Combinaties van bestrijders
Tot slot is in dit onderzoek gekeken naar combinaties van bestrijders. Bij de combinatie van bruine gaasvliegen en A. colemani werd gevonden dat deze 2 bestrijders elkaar goed aanvullen bij de bestrijding van rode perzikluis (additief effect). De toevoeging van de sluipwesp A. gifuensis aan A. ervi leverde geen verbeterde bestrijding van boterbloemluis op.
Het eindrapport kunt u hier downloaden.