
Probleemstelling
Het investeringsniveau neemt steeds verder toe in de glasgroenteteelt o.a. in de vorm van assimilatiebelichting. Het is van groot belang dat het wortelmilieu zo optimaal mogelijk blijft voor een maximaal rendement gedurende de hele teeltperiode. TNO heeft aangetoond dat O2 waarden beneden 4 mg/l (in het substraat) de groei negatief kunnen beïnvloeden. Uit praktijkmetingen blijkt dat O2 gehalten in de wortelomgeving negatief beïnvloed kunnen worden door o.a. zandfilters, algenvorming in het bassin (een donkerperiode voor bepaalde tijd bij aanwezigheid van algen maakt het water zuurstofarm), organische vervuiling en micro organismen (biofilm) in het watergeefsysteem, een te hoog watergehalte in de mat, de dynamiek van de watergift, kas/mat temperatuur, het toevoegen van ammonium aan druppelwater. Een slecht wortelmilieu uit zich naast een stagnerende plantontwikkeling veelal in een hogere druk van wortelpathogenen (o.a. Pythium, Phytophthora, Fusarium, Verticillium).
Doelstelling
Het optimaliseren van de wortelfunctie en daarmee de productie en kwaliteit (bedrijfsrendement) door meer inzicht in diverse factoren in de wortelzone. Deze factoren (EC, pH, T, O2, vochtgehalte) worden tijdens verschillende seizoenen en tijdens verschillende plantbelastingen onderzocht. Van belang is dat de meest beperkende factoren op de wortelkwaliteit duidelijk worden en wortel(milieu)indicatoren vastgelegd worden die direct danwel indirect als maatstaf gebruikt kunnen worden voor de wortelkwaliteit. De wortel(milieu)indicatoren worden verder ontwikkeld tot een sturingsinstrument/mechanisme om het wortelmilieu continu te optimaliseren.
Plan van aanpak
Als proeflocaties worden voor fase 1 twee praktijkbedrijven geselecteerd met teeltomstandigheden (kasopstanden, teeltsysteem, substraattype, etc.) en cultivar die representatief zijn voor de Paprikateelt in Nederland. Gedurende het eerste jaar wordt continu gemonitored (bovengronds: klimaat- en gewasmetingen (T, PAR, CO2, RV, IR, sapstroom), ondergronds: (O2, T, pH EC, vochtgehalte) om de effecten van klimaat- en teeltomstandigheden op de omstandigheden in de wortelzone te achterhalen. De diverse metingen worden on-line geregistreerd. Met betrekking tot het gewas wordt het ontwikkelingsstadium, vruchtbelasting, productie e.d. nauwkeurig vastgelegd. Middels monsteranalyse wordt op een aantal momenten gekeken naar de voedingstoestand en de aanwezigheid van wortelpathogenen (als indicator van een verslechterd wortelmilieu). Tijdens de dataverzameling zal zorgvuldig bekeken worden of er voldoende spreiding aanwezig is.
Dit project is gewasoverschreidend en wordt gefinancierd door het Productschap Tuinbouw.