
Onderwerp: Trips en wolluis: hoe zijn ze te bestrijden?
Datum: 19 november 2009
Tijd: 15.00 - 18.30 uur
Locatie: Strijbisverbeek - Burgerdijkseweg 5, 2678 LP De Lier
Strijbisverbeek is een bedrijf van 10 hectare en is gespecialiseerd in bloeiende potplanten. De belangrijkste teelt is potchrysant, waarbij het bedrijf zelf de stekken produceert. Op het gebied van geïntegreerde gewasbescherming is het bij de moederplanten jaarrond mogelijk om middels biologische bestrijders de plagen onder de knie te houden.
De ervaringen die zijn opgedaan worden nu uitgerold op de productieafdelingen. Door een geïntegreerde aanpak wil Strijbisverbeek op een realistische manier streven naar een steeds milieuvriendelijker
product.
De bijeenkomst bestond uit een tweetal lezingen en een rondleiding over het bedrijf, waar leveranciers een toelichting gaven op geïntegreerde gewasbescherming in potplanten.
Trips is nog steeds één van de lastigste te bestrijden plagen in de potplantenteelt. Puur chemisch wordt het ook moeilijker met het steeds nauwer wordend middelenpakket. Er is dus maar één oplossing en dat is de geïntegreerde aanpak. Het beperkt aantal selectieve chemische correctiemiddelen ter ondersteuning van de tripsroofmijten zijn behoorlijk resistentie gevoelig. Er zijn gelukkig alternatieve bestrijdingsmethoden.
Presentatie David Vanderbruggen - Biobest
Wolluis is in meerdere teelten een toenemend probleem. Inzet van chemische middelen tegen wolluis verstoort vaak de biologische bestrijding waarmee andere plagen succesvol onder controle te houden zijn. Een biologische oplossing voor het probleem ‘wolluis’ is dan ook zeer gewenst. In de praktijk zijn hiermee een aantal ervaringen opgedaan die kort zullen worden toegelicht. Een geïntegreerde aanpak biedt zeker perspectief, maar daarbij kan nog een flink beroep op het ‘uithoudingsvermogen’ van de teler nodig zijn. Per bedrijf zal moeten blijken welke mogelijkheden er zijn.