In de glastuinbouw wordt veel gebruikgemaakt van belichting om de groei van planten te verbeteren (groeilicht) of de ontwikkeling in een bepaalde richting te sturen (stuurlicht). Met stuurlicht wordt veelal de daglengte vergroot om de bloei van een gewas te stimuleren (langedagplanten) of een gewas vegetatief te houden (kortedagplanten).
In de winter is er minder natuurlijk licht aanwezig. Dit uit zich in langere groeiperiodes, lagere kilo-opbrengsten en mindere kwaliteit. Om dit tegen te gaan, wordt extra groeilicht gegeven. Voor groeilicht is veel meer energie nodig. Om aan die verschillen te voldoen, worden verschillende lampen gebruikt. Voor groeilicht worden veelal hogedruknatriumlampen gebruikt en voor stuurlicht gloeilampen. Soms is een combinatie mogelijk, bijvoorbeeld bij de kortedagplant chrysant. De effecten van assimilatielampen hangen samen met het lichtspectrum dat de lampen uitstralen.
Groeilicht
Groeilicht is een belangrijke productiefactor in veel gewassen. Groeilicht drijft de fotosynthese aan, waardoor assimilaten voor de groei en bijhorende ontwikkeling van het gewas beschikbaar komen. De fotosynthese en het groeiproces moeten in evenwicht zijn. De fotosynthese wordt gestuurd door de hoeveelheid beschikbaar groeilicht. De groei wordt vooral gestuurd door lichtkwaliteit en temperatuur.
Bij groeilicht zijn de intensiteit en de lichtsom belangrijk. De hoogste productie in Nederland wordt veelal gehaald in juni en juli, mar dit is meestal niet de maximale te behalen productie. Om de maximale productie te halen, moeten de teeltechnieken en groeifactoren op elkaar worden afgestemd. Dit betekent onder andere integratie van plantafstanden, licht, temperatuur, luchtvochtigheid en koolzuurgas. Als dit niet gebeurt, kan bijvoorbeeld extra licht teniet gedaan worden door middel van te weinig CO2.
Lichtbronnen
Gloeilamp
Een gloeilamp geeft licht wanneer een elektrische stroom door de gloeidraad (wolfraam) gestuurd wordt. Daardoor gaat de draad gloeien en vervolgens licht uitzenden. Uit meting blijkt dat slechts 6,5% van de toegevoerde elektrische energie in PAR-licht wordt omgezet. De rest van de energie komt in de vorm van warmte vrij. Door het lage rendement is dit lamptype ongeschikt voor groeilicht of assimilatiebelichting. De gloeilamp wordt alleen maar toegepast voor fotoperiodische belichting (belichten om de plant in bloei te krijgen) of stuurlicht, meestal in de vorm van kortstondige cyclische belichting.